Bron: ANWB cursusboek Klein Vaarbewijs

 

Man overboord

Hoewel het gelukkig niet vaak voorkomt, moeten we er rekening mee houden dat een van de opvarende van het schip af in het water kan vallen. We proberen de drenkeling op de volgende manier weer aan boord te krijgen:

 

Als roerganger de man overboord ziet gaan, draait hij het roer die kant op. Daarmee draait

het achterschip- en de draaiende schroef- weg van de drenkeling. Meestal ziet de

roerganger het niet en dan zijn we met een varend schip de drenkeling al voorbij voordat

we maatregelen kunnen nemen. We waarschuwen de bemanning met de kreet 'Man

overboord'.

 

Roep de drenkeling toe dat hij moet gaan zwemmen. Dit wordt door de schrik vaak

vergeten. We gooien hem een reddingsboei toe, zoveel mogelijk bovenwinds. De boei

drijft dan met de wind naar de drenkeling toe. We letten erop dat we de reddingsboei niet

naar het hoofd van de drenkeling gooien. Verder laten we iemand van de bemanning de

drenkeling aanwijzen tijdens de hele manoeuvre. Vooral in golven is dat belangrijk zodat

we hem niet uit het oog verliezen.

We draaien weg en naderen de drenkeling daarna zo dat we dwars bovenwinds van hem

komen. We halen de drenkeling aan die kant van het schip binnenboord waar we de

beste communicatie met de stuurman hebben. Zodra we een lijnverbinding met de

drenkeling hebben, zetten we de schroef en bij voorkeur de motor uit. De drenkeling loopt

dan geen gevaar meer van de draaiende schroef. We kunnen de drenkeling met de lijn naar

ons schip halen.

Terwijl we naar de drenkeling toe varen hangt een van de opvarende de zwemtrap buitenboord. Als we die niet hebben, kunnen we ook een tros in een bocht buitenboord hangen. Die kan door de drenkeling als opstap/voetensteun gebruikt worden bij het weer aanboord klimmen.

Als de drenkeling de enige medeopvarende is, dan is de neiging groot om van het roer weg te lopen. Dat moeten we nooit doen. Pas als we vlak bij de drenkeling terug zijn, kunnen we naar buiten gaan om te proberen verbinding met hem te krijgen. Daartoe kunnen we hem een lijn toewerpen. Dit kan van levensbelang zijn, want ook een goede zwemmer kan in paniek raken als hij merkt dat door natte kleding zwemmen nauwelijks meer mogelijk is.

 

Er is geen verschil tussen de manoeuvre man overboord op stilstaand water en op stromend water. Op stromend water zitten schip en drenkeling in dezelfde stroom. Anders is het als een van beide in een 'neerstromen' terecht komt.

Eigenlijk is het een eis van goed zeemanschap dat we de manoeuvre man overboord regelmatig oefenen. Daarvoor kunnen we een grote stootwil als 'drenkeling' gebruiken. Die verzwaren we met een dweil of een kleine puts als drijfanker. Een losse stootwil drijft door de wind veel sneller van zijn plaats dan een drenkeling zou doen.

Noot: de bron kan wijzigen met het uitgeven van nieuwe uitgaven.

MOB PROCEDURE ANWB

WATERSPORT CALAMITEITEN DRAAIBOEK

 

VOOR PLEZIERVAART OP ONZE BINNENWATEREN

 

EEN SITE VOL TIPS HOE MET NOODSITUATIES OM TE GAAN

reddingsboei

MAN OVERBOORD

Tekstvak: < terug
Tekstvak: mob vaartipsite
Tekstvak: mob ANWB
Tekstvak: onderkoeling

Flyers

Tekstvak: Tekstvak: Doel Flyers
Tekstvak: Soort hulpverlening
Tekstvak: Werkgebied hulpverlening
Tekstvak: Noodoproepen
Tekstvak: Alarmeerlijst
Tekstvak: Komst redders
Tekstvak: Schipverlaten
Tekstvak: Brand aan boord
Tekstvak: Zinkend schip
Tekstvak: Overige hulpverlening
Tekstvak: Zoekplek hulpverlening
Tekstvak: Onmanoeuvreerbaar
Tekstvak: Noodtekens & seinen
Tekstvak: Waarschuwingtekens & seinen 
Tekstvak: Tekstvak: Home
Tekstvak: Inleiding
Tekstvak: Noodsituatie leiden

Man overboord

Tekstvak: Downloads
Tekstvak: Tekstvak: Wijzigingbeheer
Tekstvak: Geraadpleegde informatie
Tekstvak: Links
Tekstvak: Contact
Tekstvak: Sitemap
Tekstvak: Tekstvak:  Veiliger varen